(J)oehoe!

Op een donkere dinsdagavond stapte ik naar mijn auto om de parkeermeter bij te vullen. Ik wandelde langs het park en zag hoe een man als versteend bij het portier van mijn wagen naar boven stond te staren. Nu werk ik in Geel en is het niet zo ongebruikelijk om mensen aan te treffen die zich wat ongewoon gedragen. In de Barmartige Stede kom je dat wel vaker tegen. Ik sprak hem voorzichtig aan. “Sorry meneer, mag ik even bij mijn auto?” De man schrok en verontschuldigde zich. “Geen probleem,” lachte ik. “Waar kijkt u eigenlijk naar?” De man, een Nederlander van mijn leeftijd, wees naar boven. “Er zit een oehoe in de boom.” Ik geloofde hem niet. Een oehoe is immers een vogel die je doorgaans niet in Geelse stadsprakjes tegenkomt, maar hij wees en inderdaad, daar zat hij. Bovenaan in een hoge beukenboom zag ik hem ook. Het majestueuze silhouet van een enorme uil. “Als je stil bent, kun je hem zelfs horen, Hoe Hoe!” zei de man met onverhulde opwinding. Nu stonden allebei als versteende beelden naar boven te staren. Nog even, dacht ik, en we worden allebei opgehaald door een busje van het psychiatrisch centrum. De man vertelde me dat hij net van iemand had gehoord dat er wel drie van deze prachtige dieren rondvliegen in Geel. Ik vertelde hem dat vogels, groot of klein, me altijd in vervoering kunnen brengen. Ik kan uren uit mijn raam turen en blij worden als er een Vlaamse gaai of winterkoninkje een graantje komt jatten bij mijn kippen.

Plots klapte de oehoe zijn enorme vleugels uit en geruisloos verdween hij in de avondschemering. “Waaaaaaaaaaaw.” fluisterenden we in koor. “Wat prachtig.” Heel even stonden we nog wat ongemakkelijk bij elkaar en wisten niet zo goed hoe ons gezamenlijk moment van verwondering af te ronden. “Nou, ik geloof dat er een klasje op me wacht. Tot ziens, he.”

Toen ik terug in mijn leslokaal kwam, zat de volgende groep al te wachten. Enigszins buiten adem vertelde ik wat ik net gezien had. “Een oehoe, een echte!” Mijn leerlingen keken me wat verbaasd aan, niet begrijpend hoe bijzonder dat eigenlijk is. Een grote vogel, nou en? Elke keer als ik nu voorbij het parkje loop, kijk ik toch even naar boven. Je weet maar nooit of je twee keer zo iets wonderbaarlijks mag zien. En delen met een wildvreemde.

Like this article?

Share on facebook
Share on Facebook
Share on twitter
Share on Twitter
Share on linkedin
Share on Linkdin
Share on pinterest
Share on Pinterest

Leave a comment

Sluit Menu